De eend keert zich om, plots vastbesloten. Gebiologeerd
staart hij naar de stenen. Het volgende moment rekt hij
de hals om te zien of er vanonder nog iemand voorbij komt.
Hij kwaakt een maal…niets. Het hele schouwspel voltrekt
zich nogmaals. Dan vindt de eend het genoeg en hij zwemt
door het rustige kanaaltje weg, een onzekere toekomst tegemoet.
Hobbies? Ruïnes. Voor mij wordt iets pas echt mooi
als er geen menselijke pogingen meer aan te pas komen. Alles
wat in de steek gelaten is en/of vergeten is mooi. Alles
waar veel (actuele) moeite voor wordt gedaan en waar een
gedachte achter zit is lelijk.
Het probleem met insekten; ze hebben nooit geleerd zich
alleen met hun eigen zaken te bemoeien.
De wereld der insekten, waarde heer…dat is me er een!
Laatst heb ik een feestje van nachtvlinders tegen het badkamerlicht
verstoord. (door het licht uit te doen) De volgende ochtend
lagen ze als dronken hotelgasten na een zware nacht verspreid
over de vloer. Ik heb er nog 1 de genadedood gegeven in
de wasbak (doorgespoeld met koud water).
“ Ow wat een mooie jongemààn ben jij”
zei de oude dame. ‘Ow laat me je es even aaaanraaaaken…”
Ik deinsde terug voor haar begerige beverige gerimpelde
bevlekte oude klauwen. (later dacht ik; wah ben ik tog een
seikert)
“ Hoe zou u zichzelf omschrijven?”
“ zwak”
“ zwak?”
“ heel zwak”
“ zwak ten opzichte van wat of wie?”
“ volkomen soeverein zwak”.
Hek say; het wilde
weten gewormfucked:
medegewerkte wuftheid
clown.
oranjebomen waarderen methyl.
embryonale jodenhater warmen.
onwaardeerbare hymnen molt je.
Natuurlijk
ben ik je vriend maar dat kan nu eenmaal niet. Ik voel me
in jouw aanwezigheid altijd zo compromisloos, zo integer,
zo vol van inhoud. Nou zou het tegenovergestelde me ook
niet bevallen maar dat is op het moment geen reden om je
geen schop voor je reet te verkopen. rot dus maar op !
Een
van je meest onaantrekkelijke eigenschappen is je ambitie.
Je wilt zo graag meedoen met alles en iedereen. Wat nu precies
je handicap is, blijft voor mij onduidelijk. Je bent intelligent,
niet lelijk, je hebt smaak. Je probeert er wat van te maken...
Je hebt alleen geen flauw idee waar je mee bezig bent, waar
je vandaan komt en waar je naar toe gaat. Prima toch, niets
meer aan doen. En het feit dat ik je niet mag is alleen
maar een aanbeveling voor de meeste mensen, prijs je dus
gelukkig.
Ik zit bijna weer
op m'n oude niveau. Mythe
en werkelijkheid beginnen in razend tempo uit elkaar te
vallen. Eerst doet iemand iets, dan heeft dat succes, dan
gaat er iets fout, dan wordt die persoon in de steek gelaten,
dan gaat ie dood. De achtergeblevenen hullen zich in leugentjes
om bestwil om hun eigen faken en falen te verbloemen en
hun onmacht om de dode persoon gered te hebben. Dat wordt
verkeerd begrepen door media en groot publiek. De mensen
projecteren hun eigen wishfull thinking op de lijken van
hun idolen. Drugs, kogels en tijd. (in die volgorde).
Maar wat gebeurde er
werkelijk ?

"Telefoon
voor de heer Zelfkik!"
"Wie is 't?"
"Uzelf geloof
ik meneer..."
"Wat wil
ik van mezelf?"
"Dat moet
U zichzelf maar vragen meneer"
"Ik heb me
nog wel zo op 't hart gedrukt me hier niet te bellen! Hoe
weet ik eigenlijk dat ik hier ben?"
"U schijnt
zichzelf nogal in vertrouwen te nemen meneer..."
"Guy Wie?"
"Dubber of
zoiets..."
"Een twijfelaar
dus?"
"Hep zichzelf
omgelegd, dat zie je toch vaak hoor, bij dat soort lui..."
"Wat soort
lui?"
"Ach man
ga toch fietsen..."
"Tsja ik
heb t niet zo met de openbare ruimte..."
"De beslotenheid
van je eigen beeldbuis met zaporgaan is jouw liever?"
"Het klinkt
allemaal weinig spektakulair maar zoals De Dichter Des Vaterlandes,
Ree Komval al zei, Ik Ben Erg Diep In De God Van Mijn Gedachten..."
"Eet je hart
uit, Guy Dubber..."
(etc.)
(hier wat dingen
die Guy zei (schreef), ik moest ze toch al noteren voor
Mike die er wat spektakulairs mee voor had, overgeschreven
uit de Dolle Hond- uitgave).
Het gehele leven van de samenlevingen waarin de moderne
productieverhoudingen heersen, dient zich aan als een ontzaglijke
opeenhoping van spektakels. Al wat direct werd geleefd,
heeft zich in een voorstelling verwijderd.
De beelden die zich van ieder aspect van het leven hebben
losgemaakt, versmelten in een gemeenschappelijke stroom,
waarin de eenheid van dit leven niet meer kan worden hersteld.
De gedeeltelijk beschouwde werkelijkheid ontvouwt zich in
haar algemene eenheid als afzonderlijke schijnwereld, slechst
object van aanschouwing. De verbijzondering van de beelden
van de wereld wordt in de voltooide vorm teruggevonden in
de wereld van het auronoom geworden beeld, waar het leugenachtige
zichzelf belogen heeft. Het spektakel is in het algemeen,
als concrete omkering van het leven, de autonome beweging
van het niet levende.
Het spektakel is geen geheel van beelden, maar een maatschappelijke
verhouding tussen personen door bemiddeling van beelden.
(…) Het is veeleer een Weltanschauung die werkelijk
is geworden, materieel is vertaald. Het is een kijk op de
wereld, die is geobjectiveerd
Het spektakel doet zich voor als een geweldige, onbetwistbare
en ongenaakbare stelligheid. het zegt niets meer dan 'wat
verschijnt is goed, wat goed is verschijnt'. Het eist principieel
de houding van passieve aanvaarding die het in feite al
verkregen heeft door zijn verschijningswijze die geen antwoord
toelaat, door zijn monopolie van de schijn.
Naarmate de noodzaak een maatschappelijke droom wordt, wordt
dromen noodzakelijk. Het spektakel is een boze droom van
de geketende moderne maatschappij, die uiteindelijk slechts
een uitdrukking is van haar wens om te slapen. Het spektakel
is de wachter van deze slaap.
Evenals de moderne maatschappij is het spektakel tegelijkertijd
één en verdeeld. Net als zij bouwt het zijn
eenheid op de verscheurdheid. Maar zodra de tegenspraak
in het spektakel opduikt, wordt zij op haar beurt tegengesproken
door een omkering van haar betekenis -zodat de getoonde
verdeeldheid een eenheid vormt, terwijl de getoonde eenheid
verdeelt is.
(...)Wat hij ontwikkelt is het kwantitatieve, en alleen
hierin kan hij zich ontwikkelen.
Het spektakel doet zich tegelijkertijd voor als de maatschappij
zelf, als een deel van de maatschappij en als middel tot
vereniging. (…)”
De wereld bezit reeds lang de droom van een tijd, waarvan
zij nog slechts het bewustzijn behoeft te bezitten om hem
wereklijk te leven.
Het einde van de geschiedenis van de cultuur openbaart zich
in twee tegengestelde aspecten: het streven naar haar opheffing
in de totale geschiedenis, en de organisatie van haar instandhouding
als dood object, in de spektakulaire aanschouwing. (...)
(...) De grootsheid van de kunst begint pas te verschijnen
bij het verval van het leven.
(...) Het plagiaat is noodzakelijk. (...) Het volgt de zin
van een schrijver op de voet, bedient zich van zijn uitdrukkingen,
wist een onwaar idee uit, vervangt het door een juist idee.
De werkelijke negatie van de cultuur is het enige dat er
de zin van behoudt. (...)
'wat
een smeerlapperij, die troep"
'smeerlapperij,
m'n poepgat, ik vindt het ketterij!'
'ketterij,
m'n aarslikrandje, het is zoogdierenvullis!'
Er
was een deuntje in het hoofd van de man zonder afwasborstel.
Het speelde onafgebroken (en bovendien onophoudelijk) een
gebroken melodie die raspte in het oorbeen van de medestander,
als ware het een schorre vetdraaineef.
'ik
ben je medestander helemaal niet, reepsnugger!'
Nouja,
zo ging dat nog wel even door. De confrater becommentarieerd.
Het ouwe capella.
Nou
komt die goser opzetten met z'n slaafse houding. Doet voor
iedereen de was. Mag Ik Uw Voetveeg Zijn? Je kent dat wel.
(nee dat ken ik toevallig niet)(maakt niet uit). Moet ik
je dan ook maar meteen aardig vinden? Vroeg ik em. 'Ik doe
toch veel voor je" zegt hij. 'Ja, en voor al die anderen
ook...maar 't gaat te gemakkelijk...je bent te belangeloos
lief...alsof je denkt dat we daar waarde aan hechten...'
'Ik
kom namelijk enorm klaar -in m'n broek, gelijktijdig, als
ik mensen mag dienen...dus zo belangeloos is dat allemaal
niet...heeft u daar soms moeite mee?'
' Het maakt 't voor
mij nog enigzins verdragelijk...maar de voorstelling van jouw
geheime orgasme geeft me niet zo'n fijn gevoel...sommige dingen
weet ik liever niet...'
het
virus der aanknopingspunten
|