| Flatland
Kings

The Flatland Kings:
Lukas Simonis - guitar, vocals; David Dramm - guitar, vocals;
Mark Ritsema - guitar, vocals; Cor Fuhler - keyboards,
electronics; Anne La Berge - flute, electronics; Carl
G. Beukman - double bass; Hajo Doorn - drums; Frans Friederich
- trompet, tuba.
Western Swing
Western Swing is een uniek muziekgenre uit Texas en Oklahoma
dat in de jaren dertig en veertig tot ontwikkeling is gekomen.
Hoewel de muziek in die tijd vaak ‘hillbilly’ en
later ‘country’-muziek genoemd werd, waren
de musici van deze groepen vaak de meest innovatieve van
hun tijd. Sterk onder de invloed van de big-band en bebop
muziek maar ook voorlopers van de elektrische blues en
rock ‘n roll. Een groep als Bob Wills and the Texas
Playboys was een virtueel laboratorium van stijlvermenging
en experiment in zowel arrangement als improvisatie. Breakdown
fiddling, dixieland jazz, bebop, polkas, country blues,
waltzes en big-band muziek waren allemaal terug te vinden
in deze muziek. Musici als violist Buddy Ray en pedal steel
gitarist Leon McAuliffe konden zich tot de sterkste solisten
van hun tijd rekenen, en ontwikkelden zich parallel aan
jazz genoten zoals Joe Venuti en Charlie Christian.
Kenmerkend voor Western Swing is ook de ongehoorde combinaties van nieuwe elektrische
en traditionele’volks’-instrumenten: versterkte violen, elektrische
gitaren, elektrische mandoline, elektrische steel en pedal steel gitaar en,
ook voor de eerste keer in country muziek; drums.

Bobby Hill and his Flatland Kings
Verrassend genoeg is er een Nederlandse link in de geschiedenis
van dit merkwaardig genre in de persoon van Robert v.d.
Berg (ook bekend als ‘Bobby Hill’ en ‘Bobby
Berg’), een briljante Texas fiddler die lid is geweest
van belangrijke ensembles zoals Leon McAuliffe and his
Western Swing Band en Noel Boggs and His Day Sleepers.
Geboren in Austin, Texas, zoon van nederlandse ouders, had Hill een veelbelovend
begin gemaakt in de Western Swing voordat hij (op dezelfde dag als Bob Wills)
aan het einde van de oorlog in dienst moest. Na de oorlog zouden twee gebeurtenisen
een onverwachte draai aan zijn leven geven. Ten eerste was de belangstelling
voor Western Swing tanende, ook door de opmars van de nieuwe, eenvoudiger ‘honky
tonk’ muziek van mensen als Hank Williams. De tweede gebeurtenis was
van persoonlijke aard ; een bezoek en concert van de Belgische violist Armand
van de Velde (samen met de in Texas-wonende Russische pianist Alexander Uninsky)
in Dallas in 1946 waar Hill als toeschouwer in de zaal zat.
Dit concert gaf Hill de inspiratie om een reis te maken naar Europa om les
te volgen bij van de Velde aan de muziekacademie te Geel. Helaas vond van de
Velde Hill niet geschikt voor een carrière in de klassieke muziek en
onderbrak de eerste les halverwege met het advies om ‘maar weer bij jouw
cowboy-vriendjes te gaan spelen’. Vermoedelijk was van de Velde in feit
meer bang dat zijn dochter, Hilde, die inmiddels hevig verliefd op Hill was
geworden een ongepaste relatie met Hill zou beginnen.
Zonder geld en berooid van de illusie serieus genomen te worden als muzikant
ging Hill naar Tilburg om daar bij zijn nederlandse familieleden te logeren.
Jo de Gast, directeur van de nederlandse muziekuitgeverij XIJZ, gevestigd te
Amsterdam maar met een filiaal in Tilburg hoorde via de aldaar werkzaam zijnde
Wies vd Berg (een achterneef van Hill) dat Hill, een echte amerikaanse country
muzikant in nederland was. Vastbesloten deze gelegenheid niet aan zich voorbij
te laten gaan -zijn passie was het ‘cowboylied’ - vroeg de Gast
Hill om een paar liedjes in opdracht te schrijven. Een deel van deze liedjes
zijn (op papier) -onder verschillende pseudonymen- uitgebracht. Vervolgens
regelde de Gast een opname sessie, met de bedoeling het een en ander op grammofoonplaat
uit te brengen.
Hill verzamelde een stel Brabantse musici om zich heen en ging naar Duitsland
om bij de Rundfunk-studio’s in Keulen vier liedjes op te nemen onder
de naam Bobby Hill and the Flatland Kings . Helaas zijn deze opnames inmiddels
verdwenen. Voor zover wij weten is er niets van uitgebracht, waarschijnlijk
wegens het faillisement van XIJZ in 1950.
In 1951 ging Hill weer terug naar Amerika met een fatale tussenstop in Cuba
waar hij na een jamsessie met lokale musici werd beroofd. Drie dagen later
stierf hij in een ziekenhuis in Havana.

The Flatland Kings heropgericht
Om Hill’s muziek weer onder de aandacht te brengen
is The Flatland Kings heropgericht. Naast Hill’s
eigen composities en muziek van groepen waarin Hill speelde,
gaan The Flatland Kings ook muziek van onder andere Bob
Wills and The Texas Playboys, Spade Cooley and his Western
Swing Band and the Mountain Mountaineers in hun repetoire
opnemen.
Hoewel de op papier uitgegeven muziek van Hill op papier nogal gewoontjes is,
maken de partituren die bewaard zijn gebleven van het ‘live’-repertoire
duidelijk dat Hill niet de dertien-in-een-dozijn cowboy fiedelaar is waar hij
(voorzover opgemerkt) voor versleten wordt. Hill’s muziek maakt na al
die jaren nog steeds een frisse indruk, en de link met deze tijd is vooral
zijn bizarre ecclecticisme, waarschijnlijk ingegeven door zijn wens om als ‘klassiek’ muzikant
serieus genomen te worden terwijl hij tegelijkertijd het beste moest zien te
maken van een 8-koppige groep die ‘western swing’ speelde maar
voornamelijk uit Brabantse bruiloften & partijen-musici bestond. In plaats
van iedereen in een niet-passend muzikaal keurslijf te dwingen liet Hill alle
musici naar hun eigen ‘natuur’ spelen, daarmee genres als Het Brabantse
Levenslied en carnavalskrakers binnen de Western Swing integrerend, terwijl
hij zelf niet vies was van een barok-aandoende vioolsolo in een up-tempo cowboy
song.

Repertoire
We’re
the Flatland Kings (R. v.d. Berg, 1948)
Dit nummer werd gebruikt als openings-en sluitingsthema
voor Kings optredens.
Naar aanleiding van een -zeer krakkemikkige- duitse vertaling
die we tussen Bobby’s papieren vonden is het mogelijk
dat dit nummer ooit in het Duits opgenomen is (‘Wir
sind die Königen des Flachlandes’). Het nummer
is ‘gebaseerd’ (tegenwoordig noemen ze dat plagiaat)
op de themasong van Dickie McBride and The Village Boys,
een van Hill’s lievelingsgroepen ,ook vanwege ster-violist
Bobby Ray die sterk door Duke Ellington beinvloed was.
Ik
hou van jou (R. v.d. Berg, 1947?)
Hill sprak nauwelijks Nederlands maar toch staan er een
aantal nederlands-talige liedjes op zijn naam. Volgens
The Great Country Music Encyclopedia, (Lovett Press, 1984)
is de tekst van dit leidje in een Tilburgse kroeg met behulp
van een aantal vriendelijke maar enigzins aangeschoten medeschrijvers
verzonnen. De melodie van het couplet is waarschijnlijk
gestolen van “I’m Dotting each ‘I’
with a Teardrop” geschreven door Bob Wills & Thelma
Blackman.
Geef
mij maar de prairie (R. v.d. Berg. E Hinterding.1949 ?)
Bobby had besloten om niet langer zelf teksten in het Nederlands
te schrijven. Via een contactadvertentie in het toenmalige
populaire muziektijdschrift “Tuney Tunes” kwam
hij in contact met E. Hinterding. Zij heeft een zestal teksten
voor hem geschreven waarvan alleen deze op muziek gezet
was.
E. Hinterding is de persoon uit wiens nalatenschap de originele
Flatland Kings-partituren komen. Voor zover wij weten de
enige bekende tastbare bewijzen van Bobby’s verblijf
in Nederland.
No
Turkey, no Bourbon, no Halloween (R. v.d. Berg. 1949 ?)
Een geflopte poging van Bobby om aansluiting te vinden bij
de heersende ‘muziekcultuur’ in Brabant. De
bedoeling was om een carnavals-kaskraker te maken, ook voor
de XIJZ-uitgevers die Hill tenslotte de reddende hand toegestopt
hadden. Er waren echter weinig tot geen muziekgroepen die
dit nummer in hun repertoire opnamen, waarschijnlijk wegens
de onlogische akkoorden terwijl ook het verbasterde Hollands
(grappig bedoeld) niet erg begrepen werd.
Een
cowboy is eenzaam (R. v.d. Berg.1951)
Dit is een van de weinige liedtexten in een bijna vlekkeloos
Nederlands, waarschijnlijk door Bobby zelf geschreven. Het
optreden, het ‘on the road’-zijn was voor hem
vergelijkbaar met het leven van de texaanse cowboys. Overduidelijk
is zijn zoektocht naar warmte en een plek die hij ‘thuis’
kon noemen. Tussen de regels door is duidelijk zijn smart
over de keuze van de dochter zijner hospita, Emma, te merken.
Emma (dezelfde van het gelijknamige instrumentale nummer
waar de Flatland Kings altijd hun tweede set mee begonnen)
trouwde met haar achterneef Koos, die de boekhouding deed
bij XIJZ-records. (hoe weten we dit ? ...noem het een familiegeheim)
Het is niet moeilijk voor te stellen dat Bobby daar grote
moeite mee had, en dat die gebeurtenis ook bijdroeg aan
zijn beslissing om terug naar Amerika te gaan, een noodlottige
beslissing die leidde tot zijn vroegtijdige dood. Bobby’s
Nederlands is simpel maar doeltreffend, en juist omdat hij
niet bij machte was aan de toen heersende rijmelarij mee
te doen blijft de tekst, 50 jaar na dato, nog steeds overeind.
Ook dit lied was niet bepaald een succes daar het publiek
in die dagen meer behoefte had aan iets vrolijkers dan dit
up-tempo liedje in mineur(stemming) met de -zeker voor die
tijd- bizar aandoende jazz-achtige intermezzi.
Emma
(R.v.d.Berg. 1950 ?)
Een van de twee instrumentale nummers die wellicht een indicatie
geven van de (ongewilde ?) genialiteit die de Flatland Kings
ten toon spreiden. De partituur is zo goed als onleesbaar.
Doorhalingen, verschillende partijen op dezelfde balk en
tempo- en maatwisselingen die volkomen geknipt (zeg maar
verknipt) aandoen. In sommige partijen, afzonderlijk gespeeld
zijn populaire melodieen uit die tijd te herkennen (oa.
Het Peerd Van Ome Loek) maar omdat alles tegelijk genoteerd
staat is moeilijk te zeggen wat daar in het echt van over
bleef. Zeker is wel dat dit een van de beruchte ‘medley’s’
was, een van Bobby’s ‘specialiteiten’
en een excuus om vooral stylistisch eens lekker loos te
gaan.
In de woorden van een van onze geinterviewden ;
“ Het klonk soms als een op hol geslagen kudde maar
ze liepen wel altijd dezelfde kant op, zelfs al kwam lijn
9 van de andere richting opdagen “.
Zen
For Cowboy’s (R.v.d.Berg. 1951 ?)
Van dit nummer is zo goed als niets bekend. Niemand van
de geinterviewden kon zich herinneren dit ooit live gehoord
te hebben. Misschien was dit een idee voor een nieuwe richting
die Hill wilde inslaan, misschien niet meer dan een nooit
uitgevoerde hersenkronkel. Over de titel kunnen we ook alleen
maar speculeren. had Hill iets met de in die jaren -maar
volkomen ondergronds- florerende beatnick-scene ?
Het
verdere Flatland Kings repertoire ;
San
Antonio Rose (Bob Wills, 1940 versie)
Een bekend lied van Bob Wills & the Texas Playboys,
over wie Charlie Parker ooit zei, “Those guys will
outswing many famous Eastern ensemble.”
Faded
Love (Bob Wills/Johnny Lee Wills/Billy Jack Wills)
Oorspronkelijk een instrumentaal nummer geschreven door
Will’s vader, herschreven door Wills zelf. Later schreef
zijn broer, Billy Jack Wills, de tekst.
Dusty
Skies (Cindy Walker, 1941)
Dit lied gaat over de Grote Depressie in de V.S. Geschreven
door Cindy Walker, een van de grootste countrymuziek-componisten.
Ze schreef o.a. “Cherokee Maiden” , “You
Don’t Know Me”, en ‘Bubbles in My Beer’
voor artiesten als Ray
Charles, Roy Orbison en Ernest Tubb. Naar het schijnt had
ze ooit verkering met Bobby Hill.
Milk
Cow Blues (Kokomo Arnold)
Oud blues lied o.a. door Bob Wills & the Texas Playboys
opgenomen.
Detour
(P. Westmoreland)
Bekendste versie opgenomen in 1946 door Spade Cooley, Will’s
enige concurrent voor het titel van ‘King of Western
Swing’. Naar zijn optredens in de veertiger jaren
kwamen soms 6000 mensen kijken . De alcoholische Cooley
vermoordde zijn vrouw, Elle Mae, voor de ogen van hun14-jarige
dochter en kreeg gevangenisstraf. Jaren later, net voor
zijn vrijlating, trad hij voor het
eerst in jaren op voor een grote menigte razend enthousiaste
gerechtsdienaren. Na afloop van zijn optreden, zei ie “Dank
je wel”, liep het podium af en viel dood neer. Hartaanval.
Pussy,
Pussy, Pussy (Marvin Montgomery, 1938)
Oorspronkelijk opgenomen door ‘the Light Crust Doughboys’,
een van de
allereerste Western Swing groepen. Hun gitarist Zeke Campbell
is een ware voorganger van Charlie Christian (die ook uit
Texas en Oklahoma kwam) “Pussy, Pussy, Pussy”
is een van de vele dubbelzinnige nummers die op de jukebox
in die tijd een zekere hitstatus bereikten.
Cotton
Eyed Joe (Bob Wills-Tommy Duncan)
Tommy Duncan was de belangrijkste zanger van ‘The
Texas Playboys’. Opgenomen door the Texas Playboys
in 1946.
Dusty
Skies, Cherokee Maiden, Miss Molly, Its All Your Fault (Cindy
Walker)
Dusty Skies is voor het eerste in 1941 opgenomen en gaat
over de Grote Depressie in de V.S. Cherokee Maiden en Miss
Molly zijn ook door Cindy Walker, gecomponeerd. Een jonge
Chet Atkins speelde een erg jazz-achtig solo op de originele
versie van “Its All Your Fault”
Prodigal
Son
Opgenomen door Roy Acuff in 1944.
Right
or Wrong(Haven Gillespie, Arthur Sizemore, Paul Biese)
Lyla Lou (H. Sims, R.Ferie)
Twee
voorbeelden van hoe Bob Wills een popleidje kon veranderen
naar zijn eigen geluid. “Right or Wrong” is
opgenomen door The Texas Playboys in 1936 en Lyla Lou in1941
met Leon McAuliffe als zanger.
Southern
Belle (from Nashville Tennesee) (Joe Pope)
Opgenomen door Curley Williams & His Georgia Peach Pickers
in 1945, geschreven door hun pianist. Curley zelf schreef
“Half as Much” ,een hit voor Hank Williams.\
 
|